Eindrapport KMO-energiescans

Gedurende de afgelopen drie jaar voerde E20 NV, in opdracht van Agentschap Innoveren en Ondernemen, of VLAIO (vroeger: Agentschap Ondernemen), bij 120 verschillende KMO’s een eerstelijns energiescan uit. Samen met de andere deelnemende studiebureaus werden er zo 400 KMO’s doorgelicht. Agentschap Innoveren en Ondernemen publiceerde recentelijk de gegevens uit deze scans in een eindverslag.

fig_1

Het doel van de energiescans was een doorlichting van de energetische staat van de bedrijven en het identificeren van energiebesparende opportuniteiten. Bij het in kaart brengen van de maatregel, lag de focus op het economisch vlak. Besparingsvoorstellen werden weergegeven in termen van investeringen, met een bepaalde terugverdientijd en intern rendement. De structuur van een energiescan is opgebouwd uit volgende zaken:

  1. factuuranalyse, waaruit het energieverbruik en de energieprijs werd geëvalueerd,
  2. inventarisatie van alle energieverbruikers, op basis van een rondgang
  3. bepalen energiebesparende maatregelen.

Aan de hand van bovenstaande structuur zal een kort overzicht gegeven worden van de belangrijkste zaken uit het eindverslag. Meer informatie over o.a. sectorspecifieke resultaten kunnen worden terugvonden in het volledige verslag.

Factuuranalyse

fig_2

Op basis van de factuuranalyses kon er vastgesteld worden dat de gemiddelde elektriciteitsprijs 13,43 ct/kWh bedroeg, voor aardgas was dit 4,75 ct/kWh en voor stookolie 6,3 ct/kWh. Opvallend is dat de spreiding van de prijs groter wordt, naarmate het verbruik daalt. Dit is zeer goed zichtbaar in het verloop van de aardgas- en elektriciteitsprijs en in mindere mate voor stookolie. Wat dit inhoudt is, dat het vooral voor kleinere bedrijven interessant kan zijn om van energieleverancier te wisselen.

 

 

 

Inventarisatie

fig_3

Op basis van de inventarisatie, werd een inschatting gemaakt van de verdeling van het totaalverbruik over de verschillende eindverbruikers. Bovenstaande figuur geeft de gemiddelde verdeling van het totale elektriciteitsverbruik weer. Logischerwijs zal deze verdeling sterk afhankelijk zijn van de activiteit van het bedrijf. Het valt op dat tot bijna 50 % gemiddeld naar de utilities gaat.  Daar de gescande bedrijven zeer uiteenlopend waren, lag de focus van de energiescans logischerwijs meer op dit gedeelte van het verbruik.

Energiebesparende maatregelen

fig_4

Deze figuur stelt per categorie de procentuele besparing van alle maatregelen voor. Daarbij wordt ook de frequentie en de terugverdientijd (TVT) van de adviezen, binnen de bepaalde categorieën, weergegeven. De figuur dient kritisch bekeken te worden. Zo valt het op dat voor bv. koeling er een zeer groot besparingspotentieel was op vlak van brandstof, gekoppeld aan een relatief lage TVT. Voor de meeste bedrijven wordt er echter elektrisch gekoeld, waardoor deze situatie maar voor een zeer beperkte groep bedrijven toepasbaar is. Toch zijn er enkele significante zaken uit de figuur op te maken. Zo werd een ingreep in de persluchtinstallatie zeer vaak (≈ 300) voorgesteld en resulteerde dit gemiddeld in een TVT < 4 jaar. Ook de reeds bekende categorieën, verlichting en verwarming, blijken nog steeds relatief interessante besparingstopics te vormen, met gemiddelde TVT-en van ongeveer 5 jaar en besparingen tussen de 5 en 15 %.
fig_5

Als de grootte van de investering bekeken wordt i.f.v. het besparingspotentieel (percentage bespaard, relatief t.o.v. totaal verbruik), wordt valt het op dat hotels gemiddeld genomen een beperkte investeringskost hebben t.o.v. een zeer hoog besparingspotentieel. Wegens dit grote potentieel, hebben VLAIO en Toerisme Vlaanderen in tussentijd dan ook het project Klimaatzorg en –advies voor toeristische logies en attracties, of kortweg KOALA, opgestart. Dit project is gericht op energiebesparing bij toeristische bedrijven en logies.

Vragenlijst

fig_6

Als laatste stap in het project, stuurde VLAIO, na het afronden van de 400 scans, een enquête naar alle deelnemende bedrijven. Hierin werd er o.a. gevraagd naar de tevredenheid, timing en aantal uitgevoerde maatregelen. Een belangrijk resultaat, was dat slechts 31 % van de bedrijven slechts één of meerdere maatregelen had uitgevoerd. Dit lage percentage kan gedeeltelijk verklaard worden door het nog maar pas afronden van de laatste scans, waardoor er nog geen tijd is geweest om een maatregel uit te voeren. Echter duidt deze figuur tegelijk ook één van de grootste problemen van energiescans aan, nl. het ontbreken van slagkracht om de voorgestelde maatregelen te realiseren. In het nieuwe KOALA-project, werd hiervoor een oplossing gezocht d.m.v. de mogelijkheid tot een implementatieadvies, na de initiële energiescan. Gelijkaardig is E20 NV ook reeds actief in het Coachingtraject bij Gentse bedrijven, in samenwerking met Stad Gent. Het Coachingtraject heeft als doel opportuniteiten inzake energie-efficiëntie te onderzoeken en het bedrijf gedurende een jaar te coachen, om effectief te investeren in REG-maatregelen.

Conclusie

In het algemeen leverden de KMO-energiescans veel informatie op m.b.t. het energieverbruik en het besparingspotentieel voor de verschillende categorieën en groottes van bedrijven, maar ook over de effectiviteit van de energiescans. Enkele lessen die er a.d.h.v. het eindverslag naar de toekomst toe getrokken dienen worden zijn:

  • De KMO-energiescans hadden een zeer brede doelgroep van bedrijven. Hierdoor was het vaak moeilijk om het productieproces in detail te bekijken. Desondanks vormt dit gedeelte gemiddeld 50 % van het totale energieverbruik. Het is daarom raadzaam om naar de toekomst toe de generalistische energiescan te combineren met een meer gespecialiseerde aanpak. Een uniek voorbeeldproject, waaraan E20 NV reeds deelnam, was InnEEplas. Hierin werd bij verschillende kunststofverwerkende bedrijven de eerstelijns energiescan gekoppeld aan een doorlichting van het kern-proces van de kunststofverwerking.
  • Er is slechts een beperkt aantal bedrijven dat reeds één of meerdere van de energiebesparende maatregel heeft uitgevoerd. Naar de toekomst toe zal het dus van belang zijn om projecten uit te werken waarin meer aandacht besteed wordt aan de uitvoering van de maatregelen. E20 NV is reeds geëngageerd in dergelijke projecten, via Klimaatzorg en –advies voor toeristische logies en attracties en Coachingtraject bij Gentse bedrijven.
  • Uit de resultaten blijk dat de hotels een zeer hoog besparingspotentieel hebben t.o.v. de benodigde investeringskost. Wegens dit grote potentieel, hebben VLAIO en Toerisme Vlaanderen in tussentijd het project Klimaatzorg en –advies voor toeristische logies en attracties, of kortweg KOALA, opgestart.

Lees ook:
Elektriciteitsprijs schiet de hoogte in
Energiecoaching op maat van uw bedrijf
KOALA: energiebesparing bij toeristische bedrijven en logies

Terug naar overzicht