In de loop van 2010 moet het extra warmteverlies door toedoen van koudebruggen verplicht worden ingerekend bij de EPB-verslaggeving van een gebouw.
Als men aandacht schenkt aan een koudebrugarme detaillering en een correcte uitvoering, kan men in principe niet meer spreken van een 'koudebrug'. Daarom wordt de term ‘bouwknoop’ geïntroduceerd. Deze term omvat de verzameling van plaatsen in de gebouwschil waar er extra warmteverlies kan optreden.


Koudebruggen hebben niet alleen invloed op warmteverlies maar zorgen ook voor een verlaagde temperatuur van het binnenoppervlak. Consequenties hiervan zijn oppervlaktecondensatie en schimmelvorming.
In het EPB-besluit is vastgelegd hoe de invloed van bouwknopen bepaald moet worden.
Hierbij wordt de keuze gelaten tussen drie methodes: een gedetailleerde methode, een methode van de EPB-aanvaardbare bouwknopen en een methode waarbij men voor een forfaitaire, ongunstige toeslag op het K-peil kiest.
Het inrekenen van de bouwknopen heeft impact op elk van de 4 resultaten van de EPB-aangifte:
- op de energiebehoefte voor verwarming (E-peil)
- op de oververhittingsindicator
- op de koelbehoefte
- op het K-peil
en wordt steeds vertaald naar een toeslag op het K-peil (van 2 naar max 10 K-peilpunten via methode C).



